U bent hier
Deze brandweerdames staan hun mannetje

Vandaag stellen we graag drie bijzondere brandweermannen aan je voor: Leen, Katlijn en Tina. Dat zijn dames en ze zijn bij de weinige vrouwelijke brandweermannen in onze zone. “Geen lange tenen hebben en niet met je laten sollen,” is de raad die ze meegeven aan elke nieuwe brandweervrouw. Maar ook: “Die vriendschap binnen de ploeg kom je zelden ergens anders tegen. En je nuttig kunnen maken voor anderen is ook uniek!” Een gesprek over en onder vrouwen bij de brandweer.

Katlijn, Leen en Tina zijn niet de enige vrouwen die werken voor onze hulpverleningszone. Ook in Herk-de-Stad is er nog een vrouw brandweervrijwilliger (nvdr: een interview met Sarah volgt later). En heel wat verpleegkundigen zijn dames die op geregelde tijdstippen meerijden met de ziekenwagen om dringende geneeskundige hulp te bieden. Maar Katlijn, Tina en Leen zijn wel bij de weinige dames die het statuut van brandweerman hebben. Katlijn en Tina combineren dat statuut met een fulltime job in de privésector. Leen is beroepsbrandweer in onze zone.

418 vrijwilligers

Vrijwilligers zoals deze dames vormen het grootste deel van ons contingent aan brandweermannen: onze zone telt 418 vrijwilligers, tegenover 112 beroepskrachten. Maar het nieuwe vrijwilligersstatuut vergt veel van een brandweerman. “Naast mijn job bij DSM – waar ik gemakkelijk 50 uren klop – verwacht men ook dat ik 25% van mijn vrije tijd beschikbaar ben als brandweerman,” bekent Tina. “Het is dus niet zo verwonderlijk dat ik geen partner of gezin heb.”

"Hoedje af voor al die echtgenotes die op het thuisfront de boel draaiende houden!"

Hoedje af

“Bij een vrouwelijke brandweerman lijkt het me voor de partner nog moeilijker,” beaamt ook Katlijn. “Je zal maar man zijn van een brandweervrouw en dus thuis voor alles moeten opdraaien als je vrouw mee op interventie is, nachten moet doen of plots opgeroepen wordt omdat er mankracht te kort is. Hoedje af voor al die echtgenotes of vriendinnen van brandweermannen, die op het thuisfront de boel draaiende houden!”

Lang nadenken

Leen weet hoe dat is, brandweervrouw zijn en een gezin hebben. Wat het bij haar nog moeilijker maakt, is dat ook haar echtgenoot als brandweerman werkt. “We hebben zelfs lang nagedacht voor we beslisten om voor een kind te ‘gaan’. Want de reguliere kinderopvanguren lopen ongeveer gelijk met de kantooruren en dat was niet te combineren met onze posten van 12 uur per dag, of met nacht- en weekenddiensten. Dus toen onze ouders aangaven dat ze wel heel graag voor hun eventuele kleinkinderen zouden willen zorgen als wij in de kazerne moesten zijn, hebben we een heel bewuste keuze voor een kind gemaakt.”

Familienetwerk

Leen beseft dat dochter Nel, nu 20 en een erg zelfstandige jongedame, in een aparte gezinssituatie is opgegroeid. “Het was ook niet altijd gemakkelijk voor haar. Maar gelukkig konden we rekenen op heel netwerk van familie om haar op te vangen. Het resultaat is nu dat ze heel goed haar plan kan trekken, en dat ze met open blik de wereld in trekt.” Alleen bij de brandweer gaan zoals haar ouders, ziet ze niet zitten. “Ze zal ook wel de minder leuke kanten van ons beroep kennen,” lacht Leen.

Hoe word je brandweervrouw?

"Ik wilde laten zien dat vrouwen dat ook konden."

“Gewoon meedoen met de examens,” klinkt het in koor. Bij Tina lag het voor de hand: “Papa was brandweerman en dus kende ik het reilen en zeilen al een beetje. Ik kwam vaak in de kazerne, bij opendeurdagen, voor een feestje… Toen vrouwen eindelijk mochten deelnemen aan de ingangsproeven, heb ik niet getwijfeld. Samen met nog een ‘dochter van’ wilde ik laten zien dat wij vrouwen dat ook konden. Ik slaagde voor het toelatingsexamen, mocht aan de opleiding beginnen, slaagde daarna ook voor de eindtest. En dan ben je opeens brandweerman-ambulancier en word je actief ingeschakeld.”

Fascinatie voor de brandweer

"Als ik geen Zwarte Piet kon worden, dan maar brandweerman!"

Katlijn was als kind al gefascineerd door de brandweer. “Als ik de sirenes van de brandweerwagens hoorde, moesten mijn ouders met me op zoek naar de plek van de brand. Ofwel werd ik Zwarte Piet ofwel brandweerman. Spreekbeurten op school gingen over de brandweer, ik kreeg een brandweerman zelfs zo ver dat hij met de ladderwagen naar school kwam.” Toen de jeugdbrandweer in Hasselt opgericht werd door Lambert Vanstreels, aarzelde Katlijn geen moment. “Ik ben er lid van geweest tot mijn 20ste en ook nu nog ben ik begeleider van de jeugdbrandweer. Trouwens, samen met Tina, Leen en Sarah!” Toen er aanwervingsexamens kwamen voor vrijwilligers, greep Katlijn haar kans om mee te doen en zo haar brevet te halen.

Van leerkracht tot brandweervrouw

Bij Leen verliep het enigszins anders. Zij zocht na haar studie voor leerkracht L.O. en enkele interims naar een job met veel afwisseling. “Er was in die periode – ik spreek van eind jaren ’80 – weinig werk. Na enkele tijdelijke jobs in het onderwijs en in de sociale sector besloot ik van richting te veranderen. Mijn eerste idee was om ‘zwaantje’ te worden maar de gemotoriseerde rijkswacht liet nog geen vrouwen toe. Hetzelfde verhaal bij de para’s. Via mijn broer Peter, die ook brandweervrijwilliger is, hoorde ik van examens voor beroepsbrandweerlui. En vrouwen waren toegelaten.” Leen deed mee met het idee “als ik het haal, des te beter. Haal ik het niet, dan is het zo. Dan heb ik het tenminste geprobeerd.”

Eerste vrouw in Limburg

Ze haalde het en is daardoor de eerste vrouwelijke beroepsbrandweerman in Limburg. Ze werd meteen voor de leeuwen gegooid. “Anders dan nu draaide ik als groentje meteen mee in dagdienst. Na één maand werd ik ingedeeld bij ploeg 3, en ging ik mee op interventie. Na enkele maanden begon ik aan de opleiding.” Fysiek kon ze de taken van een brandweerman goed aan. Leen vroeg zich wel meer dan eens af of ze er ook mentaal tegen kon. “Hoe ga ik reageren als ik bloed zie? Wat als ik daar helemaal niet tegen kan? Dat soort vragen spookten wel in mijn hoofd. Maar uiteindelijk viel dat allemaal heel goed mee.”

Niet flauw doen!

Als vrouw te midden van al die mannen, het moet niet gemakkelijk zijn. Deze drie dames ontkennen dat niet, toch doen ze er ook niet flauw over: “Je moet tegen een stootje kunnen in dit beroep. En niet zeuren. Maar bekijk ons, wij zijn ook niet het type dat opgemaakt en met kunstnagels gaat werken.” Blijkt dat ze allemaal bij het begin van hun carrière getest zijn door de mannen. Maar ze stonden van bij het begin hun mannetje, waardoor de mannelijke collega’s snel bijdraaiden.

De klus afmaken

Leen en haar collega’s maakten de mannen meteen duidelijk dat er niet met hen gesold moest worden. “En ik wilde mijn taken ook gewoon doen, zonder meer. Geen dingen overlaten aan mannelijke collega’s omdat die dat beter of sneller zouden kunnen. Als ik aan een klus begon, maakte ik die af.”

"We hebben ondertussen bewezen dat we de job aankunnen."

Ook Tina werd in het begin geconfronteerd met een oudere garde die de vrouwen misschien niet zo graag zagen komen. “Dat is gelukkig heel snel veranderd. We hebben ondertussen bewezen dat we de job aankunnen.”

Eén van de mannen

“We zijn fysiek misschien niet zo sterk als onze mannelijke collega’s maar hebben dan weer andere kwaliteiten,” vindt Tina. “En we staan mee aan het front. Wie als eerste aankomt in de kazerne bij een oproep, gaat als eerste mee op interventie. En dan doe je je job. Eenmaal de interventiekledij aan en de helm op, zijn wij één van de mannen.” De taal is wel niet veranderd, lacht Katlijn. “Mannen onder mekaar, je kent dat. Daar moeten je tegen kunnen. Dan geven we al eens een scheve opmerking terug. Of we zetten de ‘grappenmaker’ op zijn plaats. Maar lange tenen hebben is wel uit den boze!”

Het mooie aan de job

Tina, die veiligheids- en milieucoördinator is bij DSM, heeft destijds gekozen om geen beroepsbrandweerman te worden. “Daar heb ik tot nu toe geen moment spijt van gehad. Voor mij is de combinatie job-brandweervrijwilliger ideaal. Overdag heb ik een vrij technische job, als brandweervrijwilliger mag ik mensen in nood helpen, heb ik veel meer sociaal contact.” Leen is vooral tevreden met de afwisseling: “Geen dag is dezelfde. Er gebeuren fijne dingen, en minder plezante. Je werkt in een ploeg, dus met een team. Je kunt na een interventie in de kazerne napraten en je ervaringen delen met collega’s die weten waar je over praat.”

Emotionele impact

Brandweermannen zijn vaak als eerste op de plek van een ongeval of een brand. Daardoor zien ze heel wat materiële en vaak ook menselijke schade. Hoe gaan onze dames daar mee om? “Goh, helemaal onbewogen blijf ik daar toch niet bij,” geeft Leen toe. “De ene keer glijdt het van me af, de andere blijft het langer hangen. Zelfs na al die jaren.” Dat geldt ook voor Katlijn en Tina. “Het klinkt misschien hard, maar materiële schade raakt ons eigenlijk niet. Dat kun je vervangen. Maar als het om mensen gaat, en zeker om kinderen… Dat grijpt iedereen aan, zelfs de meest doorgewinterde brandweerman. In elk geval mag je het – puur uit zelfbescherming – niet te zwaar oppakken. Anders houd je het niet vol.”

Grote druk

Door het samenbrengen van 251 stedelijke brandweerkorpsen in 34 hulpverleningszones, sinds 1 januari 2015, is er veel veranderd op administratief vlak. Iets dat de vrijwilligers bij de brandweer ook zullen voelen, want het minimum aantal uren dat ze zich beschikbaar moeten stellen om brandweervrijwilliger te mogen blijven, gaat flink de hoogte in.

Na de nachtwacht volgt de gewone werkdag. "Dan passeert er véél koffie!"

“Die hervorming heeft wel wat impact op je sociaal leven. Sta je ‘beschikbaar’ bij de brandweer, dan is het plannen van een etentje of andere activiteit een risico. Je kan tijdens een avondje film opgepiept worden en dan moet je de film en je gezelschap laten staan,” zegt Katlijn. Ze spreekt uit ervaring. “Door de nachtwachten ben je regelmatig ’s nachts van dienst en zie je soms je bed niet. Dan moet ik evengoed ’s morgens fris en monter mijn job als boekhoudster doen.”

Bijzondere vriendschap

Op zulke momenten passeert er veel koffie, is het volhouden tot het ogenblik eindelijk aanbreekt dat je in je bed kunt kruipen. Katlijn: “De tweede dag is zo mogelijk nog erger dan de eerste, omdat je eerst nog leeft op adrenaline van de interventies die je had. Maar dat ene nachtje bijslapen maakt het slaaptekort nog niet goed. Mijn privébaas weet wel dat ik bij de brandweer ben, maar speciale regeltjes of uitzonderingen zijn er voor mij niet. Dat maakt het wel zwaar. Maar het feit dat je iets kunt doen voor mensen in nood en de bijzondere vriendschap die ik bij de brandweer ervaar, maakt dat ik deze job met veel plezier blijf doen.”

Deze drie dames zijn blij dat ze destijds voor de brandweer kozen. En wij zijn blij dat we hen aan het woord konden laten.

Wil je meer info over hoe je bij de brandweer aan de slag kunt?

Lees dan ook volgende artikels:

Volg ons op Facebook en Twitter.

Deze brandweerdames staan hun mannetje Hulpverleningszone Zuid-West Limburg.be
Meer nieuws
© Hulpverleningszone Zuid-West Limburg Home Privacy en voorwaarden Extranet Shop Contact Website by Brainlane